Spelend Sporten

De basis bij sport en beweging zijn onze coördinatievaardigheden. Ze zorgen voor een correcte interactie tussen bewegingen en lichaamsdelen, zodat we het beoogde doel van de fysieke actie op de best mogelijke manier kunnen bereiken. Niet alleen in de sport, maar ook in het dagelijks leven zijn coördinatievaardigheden relevant. Het is vooral belangrijk om ze op jonge leeftijd te trainen, omdat het vanaf een bepaalde leeftijd vaak moeilijk is om ze aan te leren. Een bijzonder goede manier om kinderen coördinatievaardigheden bij te brengen, is via coördinatiespelen, waarin de verschillende vaardigheden specifiek aan bod komen. Tegelijkertijd kan een hoge motivatie en leerbereidheid worden bereikt door het spelinstinct van de kinderen te prikkelen. In principe zijn alle spelen coördinatiespellen, maar er zijn een aantal waarin de coördinatievaardigheden zeer bepalend zijn.

Coördinatie bestaat uit zeven verschillende basisvaardigheden:

  • Differentiatie vermogen is het vermogen om individuele fasen van beweging te synchroniseren en bewegingen efficiënt uit te voeren. Het wordt vaak aangeduid als oog-hand coördinatie of "balgevoel".
  • Evenwicht is het vermogen om het lichaam in balans te houden, zelfs onder moeilijke omstandigheden, of om het zo snel mogelijk te herstellen. Het wordt vaak gelijkgesteld met coördinatie.
  • Bij het combinatie vermogen, is het belangrijk om individuele, aparte bewegingen op de juiste manier te laten samenwerken, zodat een totale lichaamsbeweging wordt gecreëerd.
  • Met behulp van het oriëntatie vermogen kunnen we de beweging en de positie van ons lichaam in de ruimte, maar ook in de tijd en dit in een bepaald werkveld begrijpen.
  • Reactie vermogen is het vermogen om zo snel en adequaat mogelijk te reageren op (onverwachte) signalen of veranderingen in de situatie om zo de juiste motorische actie te initiëren.
  • Enerzijds is ritmisch vermogen het vermogen om een ​​bepaald ritme te begrijpen en vervolgens dit ritme  motorisch uit te voeren, maar ook het vermogen om het ritme eigen te maken en zo een reeds bekend ritme te realiseren.
  • Dankzij het aanpassingsvermogen, kunnen we tijdens een actie reageren op veranderingen in een situatie of omgeving  en zo de uitvoering van onze beweging overeenkomstig wijzigen of aanpassen.

Onze spelideeën:

Vangspel
Materiaal: allerhande ballen, hindernis materiaal

Binnen een bepaald speelveld kruisen de kinderen mekaar en stuiteren terwijl een bal (handbal, gymnastiekbal, tennisbal, basketbal, ...). Wanneer twee kinderen elkaar ontmoeten, moeten ze mekaar tikken met één hand. De kinderen tellen hoeveel van hun teamgenoten ze kunnen tikken zonder de bal te verliezen. Om de moeilijkheidsgraad te verhogen, kunt u de extra opdrachten van het kind (zoals aftikken op de rug) wijzigen of het type beweging (lopen, huppelen, achteruit lopen) of de manier van aftikken telkens wijzigen. U kunt ook hindernissen in het speelveld plaatsen die de kinderen moeten oversteken of omzeilen.

Vereiste vaardigheden: differentiatie vermogen, aanpassingsvermogen

Ballon Ballerina
Materiaal: Ballonnen, turnbanken, kegels

De Ballon Ballerina is een relatief onbekend coördinatie spel. Voor dit spel vorm je eerst twee teams die tegen elkaar strijden. Voor elk team zet je een parcours op waarin de kinderen eerst over verschillende kruisvormige lange banken in zijstap moeten lopen. Je draait ook een turnbank om, zodat deze een evenwichtsbalk creëert, die na het zijdelings stappen moet worden overwonnen. De eerste speler van elk team ontvangt een ballon. Na het startteken, moeten de twee over het parcours gaan naar een keerpunt en intussen de ballon in de lucht houden. De terugweg kan al sprintend afgelegd worden. Als de ballon tijdens deze oefening echter de grond raakt, moet de speler opnieuw beginnen.

Vereiste vaardigheden: differentiatie vermogen, oriëntatie vermogen, ritmisch vermogen, aanpassingsvermogen, combinatie vermogen, evenwicht

Dieren estafette
Materiaal: kegels

Bij de dieren estafette wordt het parcours met telkens verschillende coördinatie oefeningen afgelegd. In het begin introduceer je bepaalde soorten voortbeweging, die elk naar een dier zijn vernoemd. De 'eend' hurkt bijvoorbeeld laag, de giraf kantelt met uitgestrekte armen, de kikker springt. Met de hagedis kruipen de kinderen zodat altijd arm en been van dezelfde lichaamszijde tegelijkertijd vooruit gaan. Andere mogelijke dieren zijn de slang (liggend op de grond voortbewegen ), de krab (op handen en voeten achteruit), … en nog veel meer. Er zijn geen grenzen aan uw verbeelding.

Tijdens het spel kunt u elk dier team per team toewijzen, of u kunt altijd twee kinderen tegen elkaar zetten en het dier wordt pas verraden bij het startsein.

Vereiste vaardigheden: ritmisch vermogen, combinatie vermogen, reactie vermogen

Oriëntatie estafette
Materiaal: Kegels in verschillende kleuren 

Minstens drie teams moeten tegen elkaar spelen. Elk team krijgt eerst een kleur kegel toegewezen, de kegels worden vervolgens over het speelveld verdeeld. De opdracht van de kinderen is dan om naar de kegels van hun eigen kleur te sprinten, er omheen te rennen en naar de volgende kegel te sprinten. Wanneer er rond alle kegels is gelopen, keert de speler terug naar zijn team en is het de beurt aan de volgende speler. Het team dat uiteindelijk met alle spelers eerst aankomt, wint. 

Vereiste vaardigheden: Oriëntatie vermogen

Kruisvangen
Materiaal: Kegels als speelveld afbakening

Kruisvangen is een van de meest eenvoudig te implementeren coördinatiespelen. Voor dit spel heb je eerst een kind als vanger aangeduid. Dit kind probeert nu een ander kind te tikken. De speler die achtervolgd wordt,  kan zichzelf redden door een andere speler te tikken. Deze speler wordt dan de nieuwe vanger. 

Vereiste vaardigheden: aanpassingsvermogen, reactievermogen, oriëntatie vermogen

Fruitsalade
Materiaal: verschillende ballen (bijvoorbeeld ballon, voetbal, softbal, tennisbal)

Voor dit spel vormen alle kinderen een grote cirkel. De opdracht is nu om alle ballen gedurende een bepaalde periode op een vooraf bepaalde manier in beweging te houden. Bijvoorbeeld: de voetbal kan alleen met de voet worden gespeeld en de ballon moet in de lucht blijven. De tennisbal moet met de hand worden doorgegeven terwijl de softbal wordt gegooid. Voor een grotere moeilijkheidsgraad kunt u ook opgeven dat bepaalde ballen niet naar de directe buur mogen gespeeld worden, maar bv. eerst naar een kind dat minstens drie spelers verder is. Elk kind mag slechts één bal tegelijk verplaatsen.

Vereiste vaardigheden: reactievermogen, differentiatievermogen, oriëntatie vermogen, aanpassingsvermogen, combinatie vermogen

Bomen wissel
Materiaal: 2 ballen, kegels of markeerschijven

Dit spel is een van de complexere coördinatiespelen. Om dit te doen, maak je eerst een rechthoek met kegels of markeerschijven. Naast de hoekpunten moeten ook meer punten worden gemarkeerd langs de lange en de korte zijden met regelmatige tussenpozen, zodat er evenveel punten zijn als spelers. Voor grote groepen bouw je het liefst twee rechthoeken. Vervolgens gaat elk kind in de rechthoek zitten. Nu geef je de kinderen een opdracht (wissel bijvoorbeeld altijd van plaats met het kind rechtover) die ze moeten voltooien na een opdracht om een bal te spelen. Voor de bal geef je ook een "route" aan, bv. met de klok mee doorgeven. De taak van de groep is dus om de bal in beweging te houden. Als je met twee groepen speelt, kun je ze tegen elkaar laten concurreren. Als extra moeilijkheid kunt u ook verschillende extra taken uitvoeren, zoals achteruitlopen.

Vereiste vaardigheden: combinatie vermogen, differentiatie vermogen, oriëntatie vermogen, aanpassingsvermogen